Hypnotherapie in de praktijk: Stans Passie

Stans Passie

Stan wil meer duidelijkheid krijgen over wat zijn passie is. Moet hij iets met dieren gaan doen? Of met fotografie bijvoorbeeld? Hij weet het niet. Eenmaal in trance, komt hij terecht in een dichte jungle, waar hij toekans en papegaaien ziet overvliegen. Deze prachtige jungle staat voor de vele interesses en andere afleidingen die Stan kent in zijn leven.

Dat maakt het nu juist zo lastig om te bepalen wat hij wil doen! Midden in die jungle verschijnt het silhouet van een mens, maar dan gemaakt van licht. Dit is Stans gids vandaag.

Wandelen op de heuvel

De gids, die Winnie heet, loopt met Stan de jungle uit. Ze komen terecht op een open plek. Daar wandelen ze een heuvel op, waar ze stil blijven staan. Terwijl ze naar het uitzicht staren, zegt Winnie dat Stan nu zijn eigen pad moet volgen. Hij wijst in de richting van een heuvelachtige weg die in de verte overgaat in de boomgrens. Stan hoort van Winnie nog dat hij ‘zijn hart moet volgen, want dan verdwaal je nooit’.

Als hij nog even achteromkijkt, ziet hij dat de jungle staat voor de verwarring die hij voelt, in het zoeken naar zijn passie. De open plek waar hij doorheen komt, brengt juist wat meer overzicht.

Bomen en lianen

Stan wandelt nu over zijn ‘eigen pad’ en ziet mooie, grote, oude bomen met lianen. Ze stralen een bepaalde kracht uit. Wanneer hij eenmaal de boomgrens nadert, voelt hij twijfel of hij zijn pad wel moet volgen, want het is een dichtbegroeid en donker bos waar hij in terecht komt. Heel anders dan die jungle. Toch loopt hij het bos in. In de verte ziet hij fel wit licht. Licht wat van de zon lijkt te komen, en ook van een vuurtoren. Stan loopt in de richting van dit licht. Daar verschijnt de vuurturen, op een hoge klif. Het lijkt wel of de zon door het licht van de vuurturen heen schijnt, alsof de vuurtoren uitgelijnd is met de zon. Het roept een warm gevoel bij Stan op. Hij besluit de klif te beklimmen en  loopt de vuurtoren in. Daar verschijnt zijn gids weer. ‘Dit is waar je moet zijn’, zegt Winnie.

In de vuurtoren moet Stan een soort abstracte puzzel maken. Hij moet een manier vinden om via de vuurtoren naar de zon te komen. De vuurtoren staat voor een anker: Stans huidige beroep, waar hij altijd op terug kan vallen, zodat hij niet verdwaalt. De zon staat voor zijn eindbestemming; zijn passie. Stan moet een verbinding zien te vinden tussen de vuurtoren en de zon. Er lopen allemaal kleine trapjes in de vuurtoren, zoals in een schilderij van M.C. Escher. Stan vindt langzamerhand de juiste weg naar boven en vindt die verbinding tussen de vuurtoren en de zon. Het blijkt een soort kabel, een heel lange kabel die hem in 1 keer naar de zon kan schieten!

Vrijheid en blijheid

Onderweg ziet hij een roofvogel.  Die vogel staat voor vrijheid. Er komt bij Stan duidelijk op dat hij voor zichzelf mag beginnen, eigen baas wil zijn. Dat is vrijheid! Dan komt hij  bij de zon aan, waar hij vooral veel licht ziet. Het roept blijheid en vreugde op. De zon staat voor zijn passie.

Er komt een geruststellende gedachte bij hem op: Als hij iets nieuws zou beginnen, dan kan hij altijd terugvallen op dat anker, die vuurtoren, die staat voor zijn huidige werk. Hij ziet in dat hij zijn passie gaat vinden als hij gewoon gaat ‘doen’, als hij actie gaat ondernemen. ‘Start maar met alles wat je leuk vindt, op een rijtje te zetten en ga dan een cursus of opleiding doen’, komt er bij hem op.

Toestemming en passie

Stan wil nog weten of hij iets met dieren moet gaan doen, of met een stichting voor beschermde diersoorten. Daarop krijgt hij een duidelijk bevestigend antwoord. Dat geeft een goed gevoel, alsof hij toestemming krijgt. Hier, op zijn eindbestemming, heeft hij het antwoord op zijn vraag gevonden. We kunnen de sessie dus afsluiten.

De gids blijft bij de vuurtoren. Stan bedankt hem nog, en komt dan weer terug naar het hier en nu.

Blog: Therapie in de praktijk: Farah’s zelfbeeld

Farah’s zelfbeeld: Therapie in de praktijk

Farah kwam vandaag om te werken aan haar zelfbeeld. Ze werd onzeker omdat ze maar geen baan kon vinden. Farah kan goed doorzetten en zichzelf aansporen: niet dramatisch doen, gewoon doorgaan met solliciteren. Maar ze begon zich waardeloos te voelen. Tijdens het voorgesprek vertelde ze dat ze zichzelf ‘zag’ als een klein, ingedoken figuurtje. Dit was een duidelijk teken om met het zelfbeeld van Farah aan de slag te gaan.

Ik stelde Farah een aantal vragen over haar zelfbeeld: hoe zag dat ingedoken figuurtje er eigenlijk precies uit? Farah’s zelfbeeld zag er uit als een voorovergebogen oude vrouw. Ze stond ver weg, keek naar de grond en was kleiner dan Farah zelf.  Farah was met de oude vrouw verbonden middels een lijntje wat uit haar voeten kwam, de plek waar ze haar ‘ik-gevoel’ had gelokaliseerd.

Hoe ziet een positief zelfbeeld eruit?

Ik wilde graag weten hoe het beeld eruit zou zien als Farah een positief zelfbeeld zou hebben. Daarom riepen we ook een beeld op van iemand die ze een beetje bewonderde: haar vriend, die een succesvolle eigen zaak had. Als ze in gedachten haar vriend opriep, dan ‘zag’ ze hem veel dichterbij staan dan de oude vrouw. Haar vriend was ook iets groter dan Farah en keek haar aan.
Als het zelfbeeld van Farah ook dichterbij zou komen, groter zou worden en haar aan zou kijken, dan zou Farah net zo’n goed gevoel krijgen over zichzelf!

De oude vrouw in gedachten simpelweg verschuiven lukte niet. Maar de vrouw was wel bereid om Farah voorzichtig aan te kijken. Dat was al een mooie stap.
Ik vroeg Farah wat er moest veranderen zodat de oude vrouw dichterbij Farah kon komen te staan.

De les voor de eicel en zaadcel

Farah zei dat de vrouw alleen dichterbij kon komen als ze zich geliefd en geaccepteerd zou kunnen voelen. Om dat te bereiken vroeg ik haar om zich voor te stellen dat ze naar het moment vóór haar eigen verwekking zou gaan. Ik wilde dat ze zou verzinnen dat ze de eicel en zaadcel kon zien die later samen Farah zouden worden.

Dat deed ze. En ze vertelde deze eicel en zaadcel iets heel belangrijks: dat ze geliefd en geaccepteerd waren en deze belangrijke les goed moesten onthouden, hun hele leven lang! De cellen namen het aan en groeiden op tot Farah, die nu een twinkeling in haar ogen had. Ze was nu groter, stond rechtop en dichtbij. Dat voelde goed! We zetten haar goed vast op haar plek.

Twee zelfbeelden

Maar op de oude plek, bleek nu wéér een voorovergebogen vrouw te staan! Ze leek op de eerste, maar was niet dezelfde. Hieruit bleek dat Farah twee verschillende zelfbeelden had. Farah herkende de twee zelfbeelden van zichzelf: de zelfverzekerde en de onzekere Farah…

Dit tweede zelfbeeld had volgens Farah dezelfde les nodig om in een positief zelfbeeld te veranderen. Farah sprak daarom in gedachten weer de belangrijke woorden uit tegen de ei- en zaadcel: Je bent geliefd en geaccepteerd. Neem dit je hele leven mee!

Maar de ei- en zaadcel namen het maar met moeite aan. Vooral de eicel, die voor Farah’s moeder stond, vond het moeilijk om de les aan te nemen. Farah had zich ook niet altijd geliefd gevoeld door haar moeder. Het raakte haar dat dit onzekere zelfbeeld uit haar jeugd vandaan kwam. Ze wilde zichzelf nooit zielig vinden, maar dat mocht nu gelukkig best even.

Vervolgens gingen we nog wat verder terug in de tijd: naar vóór de verwekking van haar moeder. Ook aan deze ei- en cel vertelde Farah de belangrijke les. Nu werd het wel aangenomen.

Wat gebeurde er met het beeld van de oude vrouw?

De oude vrouw veranderde in een klein kindje, wat een liefdevolle moeder bij zich had. De moeder knuffelde het kindje. Dit was iets wat Farah vroeger in haar moeder gemist. Maar de vrouw en het kindje wilden nu ook met haar knuffelen. Dat deed Farah in gedachten, en het was fijn.

Farah vond het best een zware sessie, omdat het werken met het zelfbeeld zo diep ging. Maar er was ook een hoop goeds gebeurd.

EFT werkt! We vertellen je er alles over

Cool! Er blijkt uit onderzoek dat de supervage, maar snel werkende Emotional Freemdom Technique (ook wel: tapping) die ik gebruik, echt werkt! Ik hou ervan! Lees hier verder:

http://www.tappingsolutionfoundation.org/science-and-rese…/…

  • Science & Research
  • Science & Research
  • Meer bekijken op TAPPINGSOLUTIONFOUNDATION.ORG

Therapie in de praktijk: Ingers schuldgevoel

Na de vorige sessie (zie het blog ‘Ingers Indiaanse moeder’) vertelt Inger dat ze zich rustiger voelt, en minder depressief. Vandaag wil ze werken aan haar ‘eeuwige’ schuldgevoel: Inger voelt zich buitenproportioneel schuldig als ze een foutje maakt, en is bang dat mensen boos worden. Ze wil graag weten waar dat grote schuldgevoel vandaan komt.

Terug in de tijd

Door Inger zich te laten inleven in dat schuldgevoel, komt er een ervaring bij haar op die nog vers is: Een tijd terug zat een automobilist te dicht op haar auto op de weg, en dat duurde haar te lang. Het voelde niet veilig. Inger duwde haar rem in om hem te waarschuwen, waardoor de passagier van de andere auto schrok. Er gebeurde weinig, maar Inger voelde zich daarna ontzettend lang schuldig. Wat als haar plotselinge remmen ervoor had gezorgd dat die passagier ergens hard tegenaan was geknald? Wat als ze was overleden aan bijv. inwendige bloedingen?

In de volgende situatie die naar boven komt, voelt Inger zichzelf een achtjarig meisje. Ze staat in de sneeuw en ze heeft iets kleins verkeerd gedaan, maar het was niet expres. Toch is haar moeder heel boos. En de jonge Inger voelt zich erg schuldig.

Nog verder terug

Omdat gevoelens waar je al je hele leven last van hebt,, vaak vóór het vijfde jaar ontstaan, vraag ik Ingers’ onderbewuste om nog verder terug in de tijd te gaan:  naar de allereerste keer dat Inger zich zo schuldig voelde..

Inger is dan één jaar oud. Ze heeft een zere nek van het omhoog kijken naar haar moeder, die boos is en haar niet wil oppakken. Ze heeft het koud, want ze zit al een tijd in alleen een luier op de grond, en ze is vreselijk overstuur. Ze wil getroost worden, en strekt haar armen uit, maar moeder is heel boos en draait haar de rug toe.

Tinteling

Dan gebeurt er iets bijzonders: Inger voelt een soort tinteling in haar lijf en wordt draaierig. Ze overstijgt de situatie en zweeft in de richting van een groot licht. Het is alsof ze meegenomen wordt, de ruimte in! Dan ziet ze haar gids, de Indiaanse moeder uit een vorig leven (zie vorige blog), en weet ze waar ze is: In een moment, vóórdat ze geboren wordt. In een soort tussenbestaan. Haar gids laat haar van alles zien:

Allereerst ziet Inger dat ze niet gewenst is in het gezin waar ze straks geboren zal worden. Ze komt op een heel verkeerd moment, want er is veel onrust en onbalans in het gezin. Inger beseft, dat als ze bij deze mensen geboren wordt, deze ouders er wéér een zorg bij hebben. Inger wil er niet heen, want ze ziet dat haar ouders haar eigenlijk niet echt willen, ze zijn alleen maar aan het ruziën.

Dan hoort ze van haar gids dat het goed is om toch bij dit gezin geboren te worden. Omdat juist Inger voor een goede balans kan zorgen in het gezin. Maar Inger durft niet, ze ziet zoveel ruzie…  en ze is bang dat zij straks de schuld krijgt, want ze weet al, dat die balans er niet gaat komen. Haar ouders zullen immers gaan scheiden later, en dat is dan haar schuld, want zij had voor balans moeten zorgen! Ze ziet een helder beeld van haar ouders die wijzen naar elkaar, en staan te schreeuwen…

De Schreeuw

Ineens komt ook het schilderij ‘de Schreeuw’ weer voorbij, wat Ingers reactie verbeeldt op haar ruziënde ouders, haar reactie op de onveilige situatie waarin ze terechtkomt.

Haar gids vertelt, dat het Ingers levensopdracht is, om juist in deze chaos rust te vinden, en balans te leren aanbrengen. Ze zegt: door jouw komst gaan je ouders juist hun eigen weg vinden. Ze weten nu al dat ze niet bij elkaar horen, maar door jouw komst gaan ze allebei hun eigen weg, en dat is goed! Het gaat niet zonder slag of stoot, maar dat is niet jouw schuld! Dat is juist de balans die je brengt. Die is niet negatief, maar positief; ze vinden op de één of andere manier allebei de kracht om te onderzoeken wat goed voor ze is.

Inger beseft dat haar komst een poging is van haar ouders om de situatie te lijmen. Dáárom denkt ze steeds dat het haar schuld is, omdat hun poging is mislukt! Maar de gids vertelt: Daar kun je niks aan doen. Het is de keuze van je ouders, niet die van jou.  Jij brengt de balans, die ze zoeken, ook al is het niet op de manier die ze verwachten.

Schuldgevoel? Weer terug naar het hier en nu

De gids vervolgt: “Dus ga nou maar terug, en weet dat het goed is. Elke keer als je denkt dat het jouw schuld is, denk je maar aan het woord ‘balans’ “.

Ik stel nog voor om de andere ervaringen nog door te werken, maar dat is niet nodig, zegt Inger: ‘Het is allemaal weg nu, en ik ben weer hier.’  Inger is vanzelf uit de trance gekomen en vertelt:

“Het voelt alsof het plaatje compleet is, en begrijpelijker: Ik denk altijd dat alles mijn schuld is, omdat mijn komst er niet voor gezorgd heeft dat het ‘one happy family’ werd.              De lijmpoging is mislukt. Ze zouden ‘happily ever after’ leven, dachten mijn ouders, en ik dacht ook dat dat de bedoeling was, dat dat míjn bedoeling was. Maar het was juist de bedoeling dat ze hun eigen weg zouden gaan… En dat is helemaal niet slecht, het is juist heel goed. Iedereen heeft elkaar nodig gehad om te leren. Dat hele proces is dus niet negatief, ook al komen er situaties voor die niet zo leuk zijn. Ik zie nu dat dat met heel veel dingen zo is: ze lijken misschien slecht, maar dat zijn ze helemaal niet per se. Ze zijn toch nodig om te leren. Het betekent dat het niet erg is, of negatief, het ís gewoon. Schuldgevoel? Leer ervan. Je mag best even omkijken, maar dan ook weer verder, met opgeheven hoofd, met de les op zak. Het is goed zo. Ik zie mezelf lopen met mijn schouders naar achter en mijn hoofd in de lucht: en nu weer verder!”

 

Therapie in de praktijk: levenslessen van een Indiaanse moeder

Ingers vraag

Inger (niet haar echte naam) is depressief, en wil een antwoord op de vraag: “Waarom ben ik zo moe en komt er niets uit mijn vingers?” In trance gaat Inger naar haar ‘happy place’, een plek in de natuur. Daar ontmoet ze haar gids: een oude Indiaanse vrouw, met een vriendelijk gezicht. Inger herkent deze vrouw als haar ‘moeder uit een vorig leven’. Dit zijn haar levenslessen.

De rugzak: levenslessen

Samen gaan ze onder een boom zitten. Inger hoeft haar vraag niet eens te stellen, want de Indiaanse vrouw begint gelijk te vertellen. Als eerste laat ze Inger een rugzak zien. Het is een zware tas. Ze vertelt Inger dat die staat voor de onnodige ballast die Inger met zich meedraagt. Het is helemaal niet nodig om die steeds maar rond te dragen. Ze kan hem gewoon hier – onder de boom – achterlaten.
Dan ziet Inger een beeld van het schilderij ‘De schreeuw’. Normaal gesproken krijgt ze altijd een heel onheilspellend gevoel als ze het schilderij ziet… Die donkere kleuren… Gek, dat het schilderij haar nu niet zoveel doet. Het is zelfs wel een beetje grappig! Ze stopt het schilderij maar in de rugzak.

Ingers ouders

Dan begint de gids over Ingers moeder. Ze zegt: “Jij bent nu oud genoeg om je eigen pad te volgen. Neem je moeder maar mee op jouw pad, i.p.v. andersom. Ze heeft jou meer nodig dan jij háár.”
Inger vindt dat wel logisch klinken, maar weet alleen niet hoe dat moet. “Dat geeft niet, “zegt de gids, “dat komt wel. De tijd zal het leren, je hoeft niets te forceren. Je moet niks!” De gids zegt niets over Ingers vader.
Maar ineens hoort Inger: “Je vader is een lul, laat hem maar gaan!” Dan ziet Inger haar overleden opa, die zit boven in de boom. Met hem had ze altijd een hele sterke band. Inger vindt het fijn om hem te zien, maar zegt dat hij zich er maar even niet mee moet bemoeien. Daar moet haar opa van grinniken.
De gids vertelt verder: Nu is het tijd om je ballast hier te laten. Kijk nog maar eens naar het schilderij en als je het weer ziet, is het gewoon een grappig beeld en helemaal niet zwaar. Je bent al op de goede weg!

Levenslessen: het verlichte pad

Dan laat ze Inger een pad zien, omgeven door een grote hoeveelheid wit licht. “Loop daar maar overheen en neem het licht in je op. Dat zal je helpen.” Inger wordt er onrustig van. Het is heel fel en doet zeer aan haar ogen. Tegelijkertijd is het ook fijn. Ze zet een zonnebril op. Ze ziet in de verte haar ‘happy place’, bij de boom, waar haar opa zwaait en lacht. De gids laat haar de rugzak nog eens zien en roept: Die blijft hier!” Inger blijkt nu een klein schoudertasje om te hebben. Ze begrijpt dat ze daar kleine spulletjes in kan doen, die ze op het pad ziet liggen.
Al snel ziet ze een schelpje liggen, wat haar doet denken aan de oneindigheid van de zee. De zee is zonder oordeel, is niet negatief of positief, maar is gewoon. Ze zegt: “Dat schelpje, als ik daarnaar kijk, dan zie ik wat is. Dit zijn levenslessen“

Meev(o)eren

Het volgende wat er in haar opkomt, is een paardenbloem, die voor haar ogen verandert in een pluizenbol. Haar gids staat alweer naast haar en zegt: “Blaas maar, en laat de pluisjes maar meevoeren op de wind. Zie maar hoe de pluisjes mee dwarrelen, hoe makkelijk dat eigenlijk gaat.”

Daarna laat ze een plank zien, die rechtop staat. De gids duwt hem om en zegt: “Kijk maar hoe makkelijk je omvalt, als je zo stijf bent en niet meeveert. En zie eens, hoe die pluisjes juist langer intact blijven, omdat ze zich mee laten voeren door de wind. Laat je dus maar meevoeren, want die plank ligt alleen maar op de grond.”

Afsluitend zegt de gids nog: “Ga hier maar mee bezig. Neem je schelpje maar mee in je schoudertasje en laat je maar meevoeren. Dit zijn jouw levenslessen”

Dan loopt de vrouw weg. Inger gaat weer lekker onder de boom zitten, met uitzicht op het verlichte pad, terwijl die plank nog in het gras ligt. Ze zegt: “Het is goed zo, mijn rugzak kan hier blijven staan. En als ik weer terugkeer, staat hij er nog. Omdat hij er wel mag zijn, ondanks dat ik hem niet meer nodig heb.

Hoe nu verder?

Als Inger uit de trance komt, zegt ze dat ze zich wel goed voelt, lichter. Ze herinnert zich dat ze altijd een onheilspellend gevoel kreeg als ze ‘de Schreeuw’ zag. Alsof ze het gevoel dat het schilderij uitstraalde, herkende in zichzelf. Ze is benieuwd hoe dat nu zal zijn. Verder heeft ze een antwoord gevonden op haar beginvraag: “Van al die onnodige ballast, van die lastige dingen die ik ben tegengekomen in mijn leven, word ik moe. Mijn lijf voelt ook vaak zo stijf aan. Ze gaat proberen om negativiteit, van bijvoorbeeld haar moeder, niet meer mee te dragen. Ze wil het ‘in het licht zetten’ en maar gewoon laten ‘zijn’. Daar was ze laatst al mee begonnen toen haar moeder haar een heel negatief berichtje stuurde: ze liet zich niet meer zo ‘opfokken’. Ze is dus op de goede weg. Succes met jouw levenslessen!

Therapie in de praktijk: Trance en de Bobs bloedlijn

De grafkelder

Dit is het trance-verhaal van Bob. Bob werkt voor defensie, maar wil eigenlijk ander werk. Hij is zijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt door dingen die in zijn verleden zijn gebeurd.

In trance staat hij voor een deur waarachter zich een grote zwarte ruimte bevindt. Deze lijkt op een kerker waar hij al een keer eerder in trance terecht was gekomen. Het is er donker, maar bij het schijnsel van een zaklamp ziet hij een soort gesloten, geheime deur. Hij weet dat hij daar niet in mag komen: er bevindt zich iets duisters!

Er staan standbeelden in deze ruimte: Het zijn beelden van ridders met een slagzwaard. Zij hebben in het verleden de rechtsorde gehandhaafd. Bob weet dat de ruimte een soort verleden is van hem. Hij herkent het gevoel van ‘recht en rechtvaardigheid’. En hij weet dat deze ridders een donker iets in hem bewaken, dat er niet uit mag.

In trance: De ridder

Er verschijnt een grote ridder, die een zwaard draagt om ‘recht te doen’. Deze ridder laat Bob dingen zien: Bob ziet dat de ridder vroeger moest vechten voor rechtvaardigheid, terwijl hij zellf liever boer was geworden, zodat hij voor zijn gezin had kunnen zorgen.
De ridder toont Bob het volgende: Hij rijdt op zijn paard, dravend over een grote weide. Hij kijkt met zijn ‘war face’, en valt aan.. Bob ziet een kasteel op de achtergrond, en andere ridders die ook meevechten. Maar het loopt slecht af met de ridder. Ze staan voor een grote overmacht. De ridder sterft op het slagveld.

De ridder zegt dat Bob zich niet meer moet laten sturen door mensen/dingen uit zijn verleden, maar zelf moet kiezen wat zijn aanvalsplan wordt. Bob zegt: “Maar ik vecht mijn hele leven al- wat moet ik anders doen?” Dan stuurt de ridder hem naar een tweede deur. Achter deze deur is het heel licht. Bob ziet glas in lood, en wit marmer – hij weet gelijk dat de ruimte een goede ruimte is. Bob wil daar wel wonen, hij wil dat zijn gezin daar groot wordt.

Alles weggooien wat je kwijt moet

Dan komt hij bij een derde deur. Daarachter is een bodemloze put: alles wat hij “kwijt moet”, wat hem nog tegenhoudt van vroeger, kan daarin. Zijn ex gooit hij erin, en ook zijn ex-werkgever laat hij er ‘per ongeluk’ in verdwijnen. Verder wil hij graag zijn zorgen erin kwijt. Hij wil ook de witte kamer goed schoonhouden. Hij merkt dat het langzaam gaat om de vuiltjes uit de ruimte te krijgen – maar dat is prima, dat kan mettertijd.
Hij krijgt een boodschap mee van de ridder: “haal je kracht uit het feit dat je een strijder bent en het goed hebt thuis (in de witte ruimte zitten zijn kinderen en zijn geliefde vrouw). En Bob weet: “Ik kan vechten!” Dat gevoel was hij kwijtgeraakt, maar nu weet hij het weer. Hij kan vechten, maar het hoeft niet!

Dan komt hij terug in de eerste zaal. Nu ziet hij duidelijk dat het een voorvaderenhal is, een graftombe van alles wat voor hem leefde, en ook in hem leeft.
Maar in deze hal is nog steeds iets wat duister is, verstopt achter een deur. Die deur moet Bob niet openmaken, zegt de ridder. Maar Bob vraagt toch aan de ridder wat er achter zit.
In een flits ziet Bob oude dorpen die in vuur en vlam staan, met zwarte vogels die eroverheen vliegen. De ridder is daar geweest en heeft daar zijn leven gelaten. Ze vochten tegen een duister iets – maar het was zinloos. Ze hadden de deur daarnaartoe nooit moeten openen.

Bob weet nu dat hij gemakkelijk die deur kan openslaan en aanvallen, maar dit hoeft niet. Hij wil geen standbeeld worden, en zegt: “ I’m a lover, not a fighter”.

Wat belangrijk is bij trance?

De ridder zal hier eeuwig zijn voor Bob. Hij is zijn beschermheer in Bobs beroepskeuze. Hij zegt dat Bob mag vechten voor zijn gezin. “Gebruik alleen daarvoor je zwaard.” Bob weet nu des te meer wat belangrijk is. Hij wil zich niet meer laten sturen door wat andere mensen gezegd hebben – en geloven in zichzelf. Als dat even niet lukt, dan naar huis gaan, naar zijn gezin – daardoor kan hij weer in zichzelf geloven.

Bob krijgt meer (zelf)vertrouwen en rust doordat hij niet alles hoeft te weten. Hij weet dat hij beschermd wordt, onbewust, ongezien. Niet alleen door de ridder, maar door alle strijders uit de beeldenzaal. De standbeelden blijken strijders te zijn uit alle tijden: zijn voorvaderen. Het is een bloedlijn van strijders, van moraalridders.

Wil jij ook op zo’n bijzondere manier aan jezelf werken en snel resultaat zien? Neem dan contact op met mij via info@praktijkvanderleij.nl of 06-57 55 35 12.

Hypnose bij pijn

Michael Mosley onderzoekt voor de BBC de mogelijkheden van hypnose bij pijn. Stewart Derbyshire van de universiteit van Birmingham laat hem zien en ervaren hoe het werkt.

https://www.youtube.com/watch?v=ZqYpc8FAb64

Therapie in de praktijk: Roberts werk met EFT

Robert was zijn ouderlijk huis uit gevlucht, omdat hij werd mishandeld door zijn vader. Hij ging in therapie omdat hij ondanks dat hij nu op zichzelf woonde, nog lang niet altijd gelukkig was. Hij dacht vaak aan de situatie thuis. Dan werd hij weer verdrietig en boos. Waarom moest zijn vader hem toch zo hebben? Wij probeerden door middel van hypnotherapie en EFT de kern te vinden.

Aan het werk met Emotional Freedom Techniques (EFT)

De eerste stap in het werken met EFT: Het probleem heel specifiek benoemen. Robert benoemde dus de boosheid en het verdriet om hoe zijn vader hem behandeld had.

De tweede stap: Voelen hoe hoog je scoort qua emoties/spanning op een schaal van 1 tot 10. Hierbij is het belangrijk om de ergste herinnering op te halen, en het cijfer te noemen wat bij je opkomt. Robert scoorde een negen.

De derde stap: het specifieke probleem invoegen in een zin. Voor Robert werd dit: “Ook al ben ik boos en verdrietig om hoe mijn vader me behandelde, toch accepteer ik mezelf volledig en met heel mijn hart. (Voor een probleem als jaloezie wordt het bijvoorbeeld: “Ook al ben ik jaloers op mijn zus, toch accepteer ik mezelf volledig, en met heel mijn hart.”)

EFT: blokkades loslaten

Bij de vierde stap ga je met je vingers “kloppen” op verschillende accupressuurpunten. Negatieve energie kan vast gaan zitten in je lichaam. Door het kloppen op die punten gaan blokkades weg. Robert moest zijn zin drie keer hardop zeggen. Ondertussen deed ik hem voor hoe hij  op de accupressuurpunten moest kloppen. Het zag er natuurlijk gek uit, dus hij voelde zich wel een beetje ongemakkelijk in het begin.

Na de eerste keer kloppen merkte hij dat het gevoel minder sterk was geworden: hij zat nog maar op een acht op de schaal van 1 tot 10. Bij het tweede rondje kloppen bleef hij echter op een acht haken. Dat is een teken dat het probleem nog specifieker benoemd kan worden. En inderdaad, er kwam nog wat bij: hij was ook gekwetst dat zijn moeder niet meer gedaan had om te helpen.

Met het volgende rondje kloppen voegden we dus een stukje toe: De zin die hij uitsprak werd nu: “Ook al ben ik boos en verdrietig om hoe mijn vader me behandelde, en gekwetst omdat mijn moeder niet genoeg hielp, toch accepteer ik mezelf volledig en met heel mijn hart.”

Het resultaat van EFT

Dat hielp, hij ging weer naar beneden op de schaal, en merkte duidelijk dat hij minder voelde als hij zijn nare herinneringen ophaalde. We zaten nu nog maar op een 7! Robert vond het een vreemde gewaarwording. “Hoe kan zoiets nu werken? Een beetje kloppen en jezelf accepteren?”

Daarna bleek dat er nog meer bij moest: hij voelde ook boosheid omdat hij het nooit goed kon doen. Zijn vader vond altijd wel wat om boos over te worden.

Na bijna een uur kloppen, eindigen we op een 0 op de schaal. Robert kan nu gewoon denken aan de herinneringen, maar voelt er geen boosheid, of verdriet meer bij.

Binnenkort zal ik een vlog opnemen en laten zien hoe je dit thuis ook toe kunt passen!

*De naam van de client is gefingeerd.

Therapie in de praktijk: Hermans boosheid

Herman is een man van in de zestig. Hij voelt de laatste tijd veel boosheid maar uit die niet. Binnenkort kan hij stoppen met werken. Hij wil daarom wat meer tijd doorbrengen met zijn dochter. Helaas ziet hij haar amper. Ze komt weinig langs en dat kan hij moeilijk verkroppen. Hij heeft immers zoveel voor haar gedaan! Dat laatste is heel belangrijk voor hem. Hij zegt het meerdere keren.

Ouderlijk huis

Ik doe een korte inductie (een verhaal met suggesties, waardoor Herman ontspant, en zich tegelijkertijd goed kan concentreren op wat er in hem leeft) en laat Herman de zin “ ik heb zoveel voor haar gedaan!” meerdere malen herhalen.

Er komt een gevoel bij Herman naar boven: Het is alsof hij op een bed ligt in een kleine ruimte. Even later herkent hij het bed: het stond in zijn oude kinderkamer. In zijn beleving is Herman 16 jaar oud. Als ik hem vraag waarom hij eigenlijk op bed ligt, zegt hij zich verraden te voelen. Zijn moeder is weer eens onredelijk boos geworden om een fout van Herman. Ze heeft hem naar boven gestuurd.

De jonge Herman zwoegt voor zijn gevoel de hele dag voor moeder. Hij heeft een baantje en helpt haar met alles, omdat hij de oudste is. Hermans vader is omgekomen bij een ongeluk, en sindsdien moet zijn moeder alleen voor de kinderen zorgen.

Herman snapt niet dat moeder hem wegstuurt, omdat hij een kleine fout heeft gemaakt, terwijl hij altijd zoveel voor haar doet! Hij is boos, ook omdat zijn broertjes niets doen en lekker spelen en vrij zijn. Toch zegt hij er nooit wat van. Hij wil namelijk niet ook nog zijn moeder kwijt. Nu Herman deze situatie uit zijn jeugd herbeleeft, beseft hij dat de boosheid richting zijn dochter, eigenlijk meer voor zijn moeder bestemd is.

De onderdrukte boosheid uiten

Ik vraag Herman zich voor te stellen, dat hij in een veilige ruimte naar een scherm kijkt. Op dat scherm kan hij zich voorstellen hoe hij al zijn onderdrukte boosheid uit tegenover zijn moeder: degene voor wie zijn boosheid bestemd was. Door zichzelf op een scherm te zien, kan Herman alles vanaf een afstandje beleven.

Ik vertel hem dat hij zich niet schuldig of bang hoeft te voelen als de Herman op het scherm zijn boosheid uit. Het is maar een  deel van zijn moeder, waar hij zo boos op is. Hij is niet boos op zijn totale moeder. Bovendien heeft dit allemaal niets te maken met hoe hij zich in het heden zou gedragen tegenover iemand die een fout zou maken.

De Herman op het scherm maakt zijn moeder duidelijk dat hij haar straf niet verdiend had en hoe verraden hij zich voelde. Zijn moeder kijkt hem begripvol aan, wat Herman fijn vindt. Hierna voelt hij zich opgelucht, hoewel het ook wel moeilijk was om streng te zijn voor zijn moeder.

In gesprek met zijn dochter

Na deze sessie bespreekt Herman met zijn dochter dat hij haar graag meer zou willen zien. Zijn dochter reageert verbaasd. Ze voelt zich helemaal niet zo welkom, omdat hij vaak vertelt wat hij allemaal wel niet voor haar heeft gedaan. Voor haar gevoel moet ze altijd maar dankbaar zijn.  Hier wordt Herman verdrietig van. Dat is juist niet de bedoeling!

In een volgend gesprek vertelt hij zijn dochter over zijn ervaring met zijn moeder. Zijn dochter snapt hem daardoor beter, zegt Herman. En Herman zal haar minder vertellen wat hij allemaal voor haar heeft gedaan. Hierdoor wordt het een stuk gezelliger als ze samen zijn.

*De naam van de cliënt is gefingeerd.