Therapie in de praktijk: Bobs bloedlijn van ridders

De grafkelder
Bob werkt voor defensie, maar wil eigenlijk ander werk. Hij is zijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt door dingen die in zijn verleden zijn gebeurd.
In trance staat hij voor een deur waarachter zich een grote zwarte ruimte bevindt. Deze lijkt op een kerker waar hij al een keer eerder in trance terecht was gekomen. Het is er donker, maar bij het schijnsel van een zaklamp ziet hij een soort gesloten, geheime deur. Hij weet dat hij daar niet in mag komen: er bevindt zich iets duisters!
Er staan standbeelden in deze ruimte: Het zijn beelden van ridders met een slagzwaard. Zij hebben in het verleden de rechtsorde gehandhaafd. Bob weet dat de ruimte een soort verleden is van hem. Hij herkent het gevoel van ‘recht en rechtvaardigheid’. En hij weet dat deze ridders een donker iets in hem bewaken, dat er niet uit mag.

De ridder
Er verschijnt een grote ridder, die een zwaard draagt om ‘recht te doen’. Deze ridder laat Bob dingen zien: Bob ziet dat de ridder vroeger moest vechten voor rechtvaardigheid, terwijl hij zellf liever boer was geworden, zodat hij voor zijn gezin had kunnen zorgen.
De ridder toont Bob het volgende: Hij rijdt op zijn paard, dravend over een grote weide. Hij kijkt met zijn ‘war face’, en valt aan.. Bob ziet een kasteel op de achtergrond, en andere ridders die ook meevechten. Maar het loopt slecht af met de ridder. Ze staan voor een grote overmacht. De ridder sterft op het slagveld.
De ridder zegt dat Bob zich niet meer moet laten sturen door mensen/dingen uit zijn verleden, maar zelf moet kiezen wat zijn aanvalsplan wordt. Bob zegt: “Maar ik vecht mijn hele leven al- wat moet ik anders doen?” Dan stuurt de ridder hem naar een tweede deur. Achter deze deur is het heel licht. Bob ziet glas in lood, en wit marmer – hij weet gelijk dat de ruimte een goede ruimte is. Bob wil daar wel wonen, hij wil dat zijn gezin daar groot wordt.

Alles weggooien wat je kwijt moet
Dan komt hij bij een derde deur. Daarachter is een bodemloze put: alles wat hij “kwijt moet”, wat hem nog tegenhoudt van vroeger, kan daarin. Zijn ex gooit hij erin, en ook zijn ex-werkgever laat hij er ‘per ongeluk’ in verdwijnen. Verder wil hij graag zijn zorgen erin kwijt. Hij wil ook de witte kamer goed schoonhouden. Hij merkt dat het langzaam gaat om de vuiltjes uit de ruimte te krijgen – maar dat is prima, dat kan mettertijd.
Hij krijgt een boodschap mee van de ridder: “haal je kracht uit het feit dat je een strijder bent en het goed hebt thuis (in de witte ruimte zitten zijn kinderen en zijn geliefde vrouw). En Bob weet: “Ik kan vechten!” Dat gevoel was hij kwijtgeraakt, maar nu weet hij het weer. Hij kan vechten, maar het hoeft niet!
Dan komt hij terug in de eerste zaal. Nu ziet hij duidelijk dat het een voorvaderenhal is, een graftombe van alles wat voor hem leefde, en ook in hem leeft.
Maar in deze hal is nog steeds iets wat duister is, verstopt achter een deur. Die deur moet Bob niet openmaken, zegt de ridder. Maar Bob vraagt toch aan de ridder wat er achter zit.
In een flits ziet Bob oude dorpen die in vuur en vlam staan, met zwarte vogels die eroverheen vliegen. De ridder is daar geweest en heeft daar zijn leven gelaten. Ze vochten tegen een duister iets – maar het was zinloos. Ze hadden de deur daarnaartoe nooit moeten openen.
Bob weet nu dat hij gemakkelijk die deur kan openslaan en aanvallen, maar dit hoeft niet. Hij wil geen standbeeld worden, en zegt: “ I’m a lover, not a fighter”.

Wat belangrijk is
De ridder zal hier eeuwig zijn voor Bob. Hij is zijn beschermheer in Bobs beroepskeuze. Hij zegt dat Bob mag vechten voor zijn gezin. “Gebruik alleen daarvoor je zwaard.” Bob weet nu des te meer wat belangrijk is. Hij wil zich niet meer laten sturen door wat andere mensen gezegd hebben – en geloven in zichzelf. Als dat even niet lukt, dan naar huis gaan, naar zijn gezin – daardoor kan hij weer in zichzelf geloven.
Bob krijgt meer (zelf)vertrouwen en rust doordat hij niet alles hoeft te weten. Hij weet dat hij beschermd wordt, onbewust, ongezien. Niet alleen door de ridder, maar door alle strijders uit de beeldenzaal. De standbeelden blijken strijders te zijn uit alle tijden: zijn voorvaderen. Het is een bloedlijn van strijders, van moraalridders.

 

Wil jij ook op zo’n bijzondere manier aan jezelf werken en snel resultaat zien? Neem dan contact op met mij via info@praktijkvanderleij.nl of 06-57 55 35 12.

Reacties zijn gesloten.